In dit artikel beschrijf ik stap voor stap hoe ik Active Directory Domain Services (AD DS) en DNS heb geïnstalleerd op een Windows Server 2022 Datacenter VM in een VMware Fusion lab omgeving. Het resultaat is een volledig functionele domeincontroller voor het domein lab.local, als basis voor een Windows DevOps lab.
Omgeving
| Onderdeel | Waarde |
|---|---|
| Virtualisatie | VMware Fusion (macOS) |
| Gastbesturingssysteem | Windows Server 2022 Datacenter (Desktop Experience) |
| Hostnaam | DC01 |
| Domeinnaam | lab.local |
| NetBIOS naam | LAB |
| Lab-netwerk adapter | Ethernet1 — 172.16.37.10 (vast IP) |
| Internet adapter | Ethernet0 — DHCP via VMware NAT |
Stap 1 — Netwerk instellen
Voordat Active Directory wordt geïnstalleerd, heeft de domeincontroller een vast (statisch) IP-adres nodig. AD DS en DNS zijn afhankelijk van een stabiel adres.
De VM heeft twee netwerkadapters: één voor internet (NAT, DHCP) en één voor het lab-netwerk (Private to my Mac, vast IP).
1.1 Tweede netwerkkaart toevoegen in VMware Fusion
De VM moet uitgeschakeld zijn om een tweede netwerkkaart toe te voegen. Ga naar VM > Settings en voeg een nieuwe Network Adapter toe. Stel deze in op Private to my Mac.
1.2 Statisch IP instellen op Ethernet1
Open Configuratiescherm > Netwerkverbindingen. Klik rechts op Ethernet1 > Properties > Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) > Properties.
- IP address:
172.16.37.10 - Subnet mask:
255.255.255.0 - Default gateway: leeg laten
- Preferred DNS server:
172.16.37.10
Opmerking: Ethernet0 blijft op DHCP. Zo werkt de VM overal — thuis, op het werk, bij familie — want het interne lab-netwerk is volledig geïsoleerd.
1.3 Verificatie
1Get-NetIPAddress -AddressFamily IPv4 | Select-Object InterfaceAlias, IPAddress
Verwacht resultaat:
1Ethernet1 172.16.37.10
2Ethernet0 192.168.x.x (wisselend via DHCP)
Stap 2 — AD DS rol installeren via Server Manager
2.1 Server Manager openen
Server Manager opent automatisch na het inloggen. Sluit de Windows Admin Center melding.
2.2 Rol toevoegen
Klik op Add roles and features in het Dashboard.
2.3 Active Directory Domain Services selecteren
Vink Active Directory Domain Services aan. Er verschijnt een popup — klik Add Features.
2.4 AD DS informatiepagina
2.5 Installatie bevestigen
Vink Restart the destination server automatically if required aan en klik Install.
2.6 Installatie geslaagd
Let op: Klik de blauwe link — zonder deze stap is DC01 nog geen domeincontroller.
Stap 3 — Domeincontroller configureren
3.1 Deployment Configuration
Kies Add a new forest en vul als Root domain name in: lab.local
3.2 Domain Controller Options
Stel het DSRM-wachtwoord in — bewaar dit veilig.
3.3 DNS Options
De waarschuwing over DNS-delegatie is normaal voor een intern lab-domein. Laat Create DNS delegation uitgevinkt.
3.4 NetBIOS naam
Wacht tot LAB automatisch verschijnt in het veld.
3.5 Bestandslocaties
Standaard locaties zijn prima voor een lab.
3.6 Review Options
Controleer de samenvatting — domein lab.local, NetBIOS LAB, DNS Yes, Global Catalog Yes.
3.7 Prerequisites Check
Groen vinkje bevestigt dat alle checks geslaagd zijn. Gele waarschuwingen zijn normaal voor een lab.
3.8 Installatie
De server configureert DNS en herstart automatisch.
Na de reboot: Log in als
LAB\Administratorin plaats van als lokale Administrator.
Stap 4 — Verificatie na installatie
Open PowerShell als Administrator:
1# Domein informatie
2Get-ADDomain
3
4# Domeincontroller informatie
5Get-ADDomainController
6
7# DNS zones controleren
8Get-DnsServerZone
9
10# Naam resolving testen
11Resolve-DnsName dc01.lab.local
Als Resolve-DnsName dc01.lab.local het IP 172.16.37.10 teruggeeft, werkt DNS correct.
Volgende stappen
- CA01 — Certificate Authority voor interne TLS-certificaten (Jenkins, Harbor, Nexus)
- Andere VMs joinen aan lab.local — wijs DNS naar
172.16.37.10op elke nieuwe VM - OUs en service accounts aanmaken voor Jenkins, Ansible en Nexus